Sint en Santa, Info- en Boeking Centrale Westerkwartier
 
Figuren & Gebruiken bij 't Sinterklaasfeest         English version

De onderzoekers die het ontstaan van het Sinterklaasfeest proberen te verklaren zijn in twee kampen verdeeld.
Er is een stroming, die naar de mythologische overeenkomsten kijkt, en omdat die er lijken te zijn, die daarom in Sinterklaas ook nog het voortleven van de heidense god Wodan zien.
En er is een stroming, die zich richt op geschiedenis en legenden en die daarom de Sinterklaasgebruiken in verband brengen met de legenden en de middeleeuwse verering van de heilige St. Nicolaas.
J.W. Koning zegt daarover in zijn 'Sinterklaas en Kerstman Archief': Helaas kijken beide stromingen alleen maar naar hun eigen straatje, als was men aan 1 oog blind. (J.W. Koning gebruikt daar bewust een variatie op een uitspraak van Boppo Grimmsma, die op de site: http://www.nederlandsheidendom.nl/webstek/sinterklaas.html in het Artikel: 'Is Sinterklaas de opvolger van Wodan?' enige zaken vergelijkt en uitlegt en een conclussie trekt).
J.W. Koning zegt: Het is in dat soort zaken vaak niet alleen dat A door B bestoven werd, of dat B door A bestoven werd. Maar meestal vond en vindt er een kruisbestuiving plaats, A krijgt wat van B en tegelijkertijd krijgt B wat van A. Sterker nog, soms hadden zowel A en B vooraf al iets van C of kregen zij later iets van C, dat dus zowel ouder als jonger als A en B kan zijn. Of ze kregen C er bij die kruisbestuiving bij. Dus in dit soort gevallen is A dan na afloop meestal Abc. (veel A en een beetje bc) en B is meestal Bac (veel B en een beetje ac). Let hierbij op dat sommige overeenkomstige zaken (de c's) dus niet afkomstig zijn van de een (A) of de ander (B). Dus die overeenkomsten (de c's) bevestingen dan ook beslist niet dat A van B af geleid is of omgekeerd. Pas daar waar je echt niets anders als A of B kan aanwijzen als bron, pas daar kan je dan stellen dat A dat van B heeft of dat B dat van A heeft. In de andere gevallen is het dus meestal een derde of vierde bron geweest.
Bij de bespreking van de Figuren en de Gebruiken zullen we hier af en toe op terug komen, met o.a. verwijzingen naar voorbeelden van Boppo Grimmsma en het commentaar van J.W. Koning daarop.

Dan nu in volgorde van 'opkomst'.

Sinterklaas: Zie ook de pagina met de Geschiedenis van Sinterklaas
De naam 'Goedheiligman': Is een verbastering van 'goet-hylik man' (= 'goed-huwelijks man'), een titel die Sint verdiende door te zorgen voor de bruidsschat van een paar arme meisjes.
Van de naam Sinterklaas wordt wel gezegd dat het een verbastering zou zijn van Sint Heer Klaas. J.W. Koning stelt echter: Het stukje Sinter komt in meer landen voor, denk bv aan Sinter Niklaas en Sinter Nikolaus. Ook zou het dan eerder Sinteer geworden zijn, en om nog even door te gaan, Sinter zou dan van Sint Herr (Duitse origine) kunnen zijn, maar in heel Duitsland zeggen ze geen Sinterklaas. Waarschijnlijker is, net als bij Sankt en Sankte en als bij Sanct en Sancta, het een zachtere, vriendelijkere (soms vrouwlijke) vervoeging van Sint, gebruikt voor een vriendelijke (populaire) Sint, dus net als Sankte Claes (Klaas). Zo is bv Sancta ook de vrouwelijke vervoeging van Sanct, voorbeeld Sancta Lucia. (vrouwelijk werd vroeger meestal als zachter en vriendelijker gezien).


Sinterklaas zijn Kleding:
Ieder kind in Nederland kan Sinterklaas wel uittekenen. Hij draagt dan ook altijd dezelfde soort kleding.

- Dit begint met een Tabberd, een lang priesterkleed dat bij bisschoppen paars is en dan toog/toga heet. De Tabberd heeft het model van een jurk en hangt tot op de voeten. Wanneer Sinterklaas veel moet paardrijden draagt hij tegenwoordig meestal een aangepaste tabberd, in plaats van een jurk model is het dan van onderen een broekrok.
- Over de tabberd komt een witte Albe, langs de onderkant en bij de polsen meestal afgezet met kant. Deze Albe is wat korter dan de Tabberd en komt ongeveer halverwege de kuit.
- Daarover draagt Sint om zijn nek een rode Stola, een soort sjaal met op de uiteinden een afbeelding van een kruis of een mijter,
- die op zijn plaats wordt gehouden door een Cingel (wit koord). Oorspronkelijk gaat de Cingel dus over de Stola heen, maar tegenwoordig draagt de Sint ook vaak de Stola over de Cingel.
- En daarover komt een lange rode Mantel. Deze kan helder rood zijn, maar ook Bordeaurood. Deze mantel hangt tot op zijn enkels (dus 3-5 cm hoger als de tabberd). Deels is dat omdat hij dan bij lopen de grond niet raakt en dus beter schoon blijft, maar de belangrijkste reden waren de sporen (de meeste ruiters droegen toen sporen). Bij een langere mantel zouden de sporen steeds in de mantel haken.
- Opvallend is ook de rode Mijter van de Sint. Bisschoppen dragen eigenlijk nooit een mijter van dezelfde kleur als hun mantel, Sinterklaas doet dat tegenwoordig juist wel. Vroeger zag je hem nog wel eens met een witte mijter.
  Mijter: waarschijnlijk een 'verbastering' van een Frygische muts (Mitra of Mytra: een oosterse, godsdienstige hoofdbedekking), onder meer gedragen door bisschoppen.
- Als schoeisel draagt de Sint rijlaarzen of zwarte- of goudkleurige schoenen,
- Witte of paarse handschoenen (soms korte maar vaak ook lange) en een bisschopsring over de handschoen en om de ringvinger maken het kostuum van de Sint compleet.
- De bisschopsring wordt door bisschoppen altijd aan de ringvinger van hun rechterhand gedragen, maar de Sint draagt hem vaak aan zijn linkerhand zodat de ring bij het handje schudden de kleine kinderen niet zeer kan doen.
Ook de Staf hoort bij Sinterklaas. De kromstaf is oorspronkelijk een waardigheidsteken van een bisschop, en verwijst naar de staf die herders dragen. De krul in de bisschopsstaf stamt van de Etrusken en zou een slang moet voorstellen, de bron van wijsheid en oneindigheid. De staf van de Sint heeft wel een grotere krul en eindigt meestal in een knobbel of een splitsing. Bij een kleine splitsing spreekt men van een eendesnavel, bij een grote splitsing vormt de onderste van de gesplitste delen vaak een sierkrul tegen de staf aan. Als de Sint paard rijdt, draagt Piet meestal de staf. Als de Sint loopt heeft hijzelf meestal de staf in de hand, uitgezonderd intochten waarbij hij veel handen moet schudden, ook dan wordt de staf door Piet gedragen. Als de Sint zit, staat de staf meestal vlakbij of achter de zetel.
Tevens draagt Sinterklaas lang haar en een lange baard.
Nu kan je zeggen:
- Dat wijst terug op Wodan, die had ook een lange baard (Niet wit maar grijs). Maar er zijn meerdere Mythologische figuren (sommige ouder als Wodan) die ook lange baarden hadden, dus van welke van hen moet Nicolaas zijn baard dan hebben? En er zijn meerdere Mythologische Figuren jonger als Wodan die ook een lange baard hebben en die duidelijk geen relatie met Wodan hebben. Dus waarom moet uitgerekend bij Sinterklaas dan wel een verband zijn? Er is dus geen eenduidig verband en daarom dus ook geen bewijs.
- Of het wijst op de Nazareërs (vrome joodse mensen die hun haren niet mochten knippen) wat voor de Roomse kerk natuurlijk een leuke gedachte was, maar ook daar is geen eenduidig verband aan te tonen.
Maar waarschijnlijker wijst het op Sinterklaas zijn eigen (korte) baard, zoals te zien op afbeeldingen en iconen. Aan te nemen is dat baard en haar bij de huidige Sint lang zijn omdat dit:
  A. het onherkenbaar maken beter in de hand werkt,
  B. van het idee komt; Als een gewone baard al de indruk van oud zijn geeft, dan moet een langere baard iemand nog ouder doen lijken.
Waarom Wit of Grijs? Omdat dat simpelweg de kleur haar is die ouderen meestal hebben. Hoe lichter van kleur hoe ouder, denkt men vaak.

Dan de stelling: Is de Sint een navolger/opvolger of nieuwe verpersoonlijking van Wodan.
Het eerste stukje vergelijking van Boppo Grimmsma en zijn conclusie daarbij:
Uiterlijke overeenkomsten tussen Wodan en Sint:
  1. Wodan en Sint rijden beide paard (een schimmel),
  2. Wodan heeft een speer, Sint heeft een staf
  3. Wodan heeft een hoed met slappe rand, Sint een mijter,
  4. Wodan en Sint hebben beide een mantel
en een conclusie voor deze overeenkomsten: Al deze overeenkomsten zijn toevallig, en te verklaren uit het feit dat het allemaal statussymbolen zijn van zowel een voor christelijke Godheid als van een middeleeuws edelman/krijger en ook van een bisschop.

Een conclussie die J.W. Koning volledig onderschrijft. Dit zelfs hoewel Grimmsma hierbij de baard niet eens genoemd heeft.
Toch komt Grimmsma op zijn website aan het eind van de pagina tot de conclusie dat hoewel de Sint geen opvolger van Wodan is (geen mythologisch verband), maar dat Wodan wel het sjabloon is geweest, omdat in de visie van Boppo Grimmsma enkele andere onderdelen van het Sinterklaasfeest wel naar Wodan wijzen.
J.W. Koning ziet dat echter anders. Delen van die zgn verbanden zijn nooit eenduidig voorgehouden geweest aan Wodan (Bv de dieven, voordat Wodan bestond waren er al rechters en richters, dus het is onzin om te stellen dat iedereen die beroepshalve met de bestraffing van boeven te maken heeft een mythologisch verband met Wodan heeft. Als er al een verband zou moeten zijn, dan zou dat met zo’n oudere rechter of richter moeten zijn, onzin dus om dat aan Wodan op te hangen!)
Het rijden met de wilde horde (14e, 15e eeuw), kan inderdaad met een Nicolaas in verband gebracht worden, maar slechts met die Nicolaas uit ca 1500 (Zoals ook blijkt uit de film "Sint", waarin echter wel de oorsprong en het doel van die wilde horde volledig verkeerd voorgesteld worden). Het kan echter nergens in verband gebracht worden met de 3 Nicolazen uit wiens legenden Sinterklaas onstaan is. Dus op dat punt zit Boppe Grimmsma fout volgens J.W. Koning.
Of er wel of niet een verband is met de schimmel en Piet en de schoorsteen enz. wordt verderop (Bij de schimmel, bij de Piet enz) nog behandeld.

In totaal (Sint, Schimmel, Piet, schoorsteen enz) kan je zeggen, er blijft te weinig over om van een daadwerkelijk mythologisch verband of mythologische erfenis te spreken. Een oud spreekwoord zegt: Een ketting is nooit sterker als de zwakkste schakel, J.W. Koning voegt daar aan toe: "Zonder schakels geen ketting". Als je van meer als driekwart van de zgn overeenkomsten moet stellen dat die zeker niet van Wodan komen of naar alle waarschijnlijkheid niet van Wodan komen, en bij het overblijvende deel ook nog bij een aantal zaken vraagtekens zetten kan, dan blijven er te weinig schakels over om een ketting te kunnen maken. Zonder ketting geen verband.
Zeker heeft men iets (bv schoorsteen) van de verhalen rond Wodan geleend, maar van een sjabloon voor Sinterklaas of het Sinterklaasfeest is zeker geen sprake. En al helemaal niet als je beseft dat de verering van Nicolaas en het vieren van zijn feest er al was voordat bepaalde gebruiken toegevoegd werden. Een sjabloon of gietvorm is bedoeld om vooraf te gebruiken om een vorm te maken, en niet om naderhand dingen toe te voegen. Natuurlijk kan een toevoeging via een sjabloon gemaakt zijn, maar dan is het sjabloon enkel de basis voor de toevoeging geweest en niet voor de totale vorm. En dat is dus precies het punt waarop veel conclusies de fout in gaan.


Nicodemus:
De oorspronkelijke helper van Sinterklaas, was Nicodemus een bijbelgeleerde. Die vooral hielp bij de nachtelijke avonturen. Om tijdens hun nachtelijke tochten niet op te vallen, maakte Nicodemus zijn gezicht donker (Gewoon hier en daar een donkere veeg over het gezicht). Zo kon hij, als een duveltje uit een doosje, plotseling tevoorschijn komen en weer verdwijnen. Ook zouden kinderen dan in de pieterman (dit is: de knecht) niet hem kunnen herkennen.
Hier is dus duidelijk geen verband tussen het zwart van Nicodemus en de raven van Wodan, en ook niet met zwarte duivels en al helemaal niet met negerslaven. De donkere kleur (kan zwart van roet zijn geweest) was enkel camouflage. Het volledig donker schminken kwam pas na de 2e wereldoorlog.


Strooien:
Liefst ongezien, ten teken van vrijgevigheid en bescheidenheid. Ook te herleiden naar de legende van de drie huwbare meisjes. Vaak werden nuttige zaken gestrooid, zoals etenswaren die lang houdbaar waren en kleine geldstukjes. Tegenwoordig is het strooigoed vaak pepernoten gemend met snoep.


Het Paard of De Schimmel:
Dat zowel Wodan en Sint op een schimmel rijden heeft wel een bijzondere betekenis. In de erfelijkheidsleer is bewezen dat donkere kleuren overheersend zijn. Er zijn zeer weinig soorten die als hele soort een lichte kleur hebben, en die lichte kleur heeft dan een overlevingsfunctie. Wel zie je bij enkele dieren een onderras met een lichte kleur en zelfs dan is wit een uitzondering. Typisch voorbeelden zijn de IJsbeer en de Poolvos, Zowel het enige berenras met een witte kleur als het enige vossenras met witte kleur leven binnen de noordelijke poolcircel, waar deze kleur zowel een schutkleur is als meehelpt de kou buiten te houden. Er zullen dus zelden dieren met een lichte kleur geboren worden, tenzij dat voor zo'n dier zijn overlevingskansen vergroot. Dat kan zowel via bescherming bieden (schutkleur voor Prooidieren) als grotere vangst op leveren (schutkleur voor roofdieren). Zoals bij een Hermelijn, in de zomer bruin (schutkleur) en in de winter wit (weer schutkleur).
Je ziet over de hele wereld bij elke oude cultuur het idee: Als er binnen een ras met donkere kleuren dus een dier geboren wordt met een lichte kleur, dan moet dat of een foutje zijn (bv Albino's, vaak zijn dat zeer kwetsbare dieren) of het moet een bijzonder dier zijn. Schimmels werden dus gezien als bijzondere dieren. Zo weten we bv uit historische bronnen dat schimmels bij de Germanen gewijde dieren waren. Tacitus spreekt van heilige schimmels die door de Germanen vereerd werden. Overigens was volgens Snorri Sturluson (1179-1241) Sleipnir, het paard van Wodan, grijs en had het 8 benen. De schimmel daarentegen is wit en heeft 4 benen.

Dat Sint op een Schimmel rijdt zegt dus iets over de bijzondere waarde die men in Noordwest Europa na de invoering van het christendom nog aan witte en grijze paarden toekende. Ook Napoleon mocht zich graag op een witte schimmel vertonen. Een directe relatie met Wodan kan je hier echter niet uit afleiden. Je kan niet zeggen: de Sint heeft een schimmel omdat Wodan een schimmel had, maar wel heeft de Sint een schimmel om aan te geven dat hij op een bijzonder paard rijdt. Vergeet ook niet dat Sint's paard in de oudere legenden ook vaak geen schimmel was maar een bruin paard, en daarvoor was het soms zelfs helemaal geen paard maar een ezel. Eigenlijk werd het pas definitief een schimmel toen men ging zeggen: "Hij rijdt over de daken", toen dacht men dan heeft hij een bijzonder paard nodig en dat pas begin 19e eeuw. Was de schimmel rechstreeks afgeleid van Wodan, dan zou hij er dus al vanaf het begin in de legenden er bij geweest zijn. Het later verschijnen bewijst dus dat hij niet afstamt van Wodan's Sleipnir.

de Sint met paard op het dak


Het rijden over de daken:
Het rijden over de daken (Sint) kan je niet vergelijken met het rijden door de lucht (Wodan). Wodans paard was los van de aarde (bovennatuurlijk dus) en Sints paard had ondergrond (dak) nodig (aarde gebonden, dus normaal).
J.W. Koning wijst ook op het gegeven dat de meeste huizen vroeger rieten daken en veel lagere wanden hadden als tegenwoordig (denk maar eens aan een plaggehut) en dat het tegen het dak oprijden van zo'n huis niet eens zo geweldig moeilijk was. Niet moeilijker als tegen een stevig heuveltje op. Er zijn zelfs feiten bekend dat vroeger in oorlogstijd huizen door bereden legers tegen de vlakte gereden zijn (onder hun hoeven vertrapt).

Rijd Sinterklaas met gemak op het dak

Hij stelt: Het gaat er dan ook niet om of de Sint daadwerkelijk tegen zo'n dak op reed of over zo'n dak reed. Het gaat er om dat in de tijd dat deze verhalen onstonden, dit niet onmogelijk was en dat het in sommige gevallen zelfs niet bijzonder moeilijk was om tegen (sommige) daken op te rijden. Het was dus nooit de bedoeling van deze verhalen om van de Sint en zijn paard een bovennatuurlijk team te maken, maar er werd gewoon een redelijk alledaagse voorstelling van zaken gegeven die de mensen zich (toen) zeer goed konden voorstellen.
Dus ook hier is er niet noodzakelijk sprake van een van Wodan afgekeken of geleend kunstje of mythologische achtergrond, maar gaat het waarschijnlijk simpel om een vaardigheid die meer mensen met een niet al te bijzonder paard zouden gedaan kunnen hebben.


De Schoorsteen en het schoenen zetten:
De schoorsteen was vroeger het symbool van de verbinding tussen mensen en goden.
De mensen geloofden dat de goden hen via de schoorsteen toespraken en dat ook Sinterklaas de kinderen via de schoorsteen beloonde met cadeaus.
Het zingen van sinterklaasliedjes was bedoeld om Sinterklaas te behagen, zoals men ooit via de schoorsteen de goden probeerde te behagen.
Goden is meervoud, het kan zijn dat dit specifiek slaat op de germaanse goden, en dus ook op Wodan, het kan zijn dat dit slaat op voor-christelijke goden in het algemeen.
Hier mag je inderdaad stellen dat dit overgenomen is uit een niet christelijke cultuur, vermoedelijk de Germaanse.

Het zetten van de schoen gebeurde al in de 16 eeuw, maar toen stonden ze meestal nog niet bij de bij de schoorsteen. (uitdrogen van het leer).
Het verhaal van bij de schoorsteen zetten is pas uit het eind van de 19e eeuw.


Speculaaspoppen:
Een grote speculaaspop wordt een vrijer genoemd, kreeg je er (anoniem) een, dan had je een aanbidder.
Soms versierde een jongen een speculaaspop met bijvoorbeeld glazuur en noten en bracht deze dan zelf naar een meisje om haar te laten merken dat hij gevoelens had voor haar. Als de pop door het meisje werd aangenomen, waren de gevoelens wederzijds. Hier komt de uitdrukking iemand versieren vandaan.
Wel was het zo dat de speculaaspoppen vaak gegeven werden door mensen met een beter inkomen, bij de arme man gaf men taai-taai-poppen.
Er zijn meerdere verklaringen voor het woord speculaas:
- Het meest waarschijnlijke is het Latijnse woord speculum (spiegel), omdat een speculaaspop heel vroeger afbeeldingen waren van heiligen of van de Germaanse vruchtbaarheidsgodin Freia. Of omdat de afbeelding (spiegelbeeld ) een symbool was voor de de vroeg christelijke of de germaanse offers die men vroeger bracht. Grappig is in dit verband dat de ‘pop’ het spiegelbeeld is van de afbeelding op de koekplank waarmee het gemaakt is.
Minder waarschijnlijk:
- Het Latijnse woord speculator ('hij die alles ziet'); wat ook een bijnaam is van Sint-Nicolaas.
- In ouder Nederlands betekende speculatie "overdenking" of "vermoeden". De koek werd daarom (mogelijk schertsend) speculatie genoemd omdat de gever/ster van een ‘vrijer’ er op speculeerde dat de ontvanger/ster misschien wel iets voor hem/haar voelde.
- Er zou ook een verband kunnen zijn met het woord specerij, een verwijzing naar de kruiden die speculaas typeren.

Hoe maak je speculaas:
Ingredienten:
- 200 gram bloem
- 100 gram (donker) bruine basterdsuiker
- beetje zout
- 3 theelepels koek- of speculaaskruiden
- 2 eetlepels melk
- 125 gram koude (room) boter
- bloem om te bestuiven
- beetje boter om in te vetten

Bereidingswijze:
Neem een grote mengkom en zeef daarin de bloem. Voeg de suiker, het zout en de koekkruiden toe. Dan de melk erbij. Met een mes snij je de boter door het deeg. Het mengsel moet koel blijven, en er mag geen lucht in komen. Doe de deegbal in folie en leg hem tenminste een paar uur in de koelkast, liefst een hele dag. Als je gaat beginnen met de koekjes, verwarm je de oven voor tot 170 graden Celcius. Als je speculaasplanken hebt, bestrooi je die met bloem en druk je er kleine balletjes deeg in. Goed aandrukken en overtollig deeg met een mes eraf schuiven. Als je geen speculaasplank hebt, kan je het deeg dus ook uitrollen tot een dikte van een halve centimeter en dan de figuren uitsteken met (koek)vormpjes. Sla de speculaasjes uit de plank met een flinke klap los. Beboter een bakplaat of leg er een vel bakpapier op. Leg de koekjes erop, niet te dicht op elkaar, en bak ze in 20 minuten bruin en gaar. Laat ze afkoelen. Bewaren in een koekblik of doos.


Taaitaai:
Plakken taaitaai waarop een heilige of een vrijer wordt afgebeeld.
Gebruik en oorsprong het zelfde als Speculaas. Maar meer gebruikt door de arme man.
Ingredienten
- 350 gram bloem
- 2 theelepels bakpoeder
- 250 vloeibare honing
- 1 eetlepel speculaaskruiden
- 1tl gemalen anijszaad
- zout

Bereidingswijze:
Bloem, bakpoeder en zout mengen. Honing met de kruiden aan het meelmengsel toevoegen. Met de hand een soepel deeg kneden en dat minstens 1 uur, maar liever enkele dagen, in de koelkast laten rusten om op te stijven en de kruidensmaak goed in te laten trekken. Het deeg uitrollen tot een dikte van ongeveer 1 cm en er figuurtjes uitsteken. U kunt ook met hand figuurtjes vormen. Op een ingevette bakplaat leggen, in het midden van een voorgewarmde oven en in 15 min. bruin bakken bij 200 graden C. Als u in plaats van vormpjes kleine bolletjes op de bakplaat legt hebt u pepernoten.

Pepernoten 1:
Het strooien van pepernoten verwijst naar vroegere vruchtbaarheidsrituelen die in de sinterklaastijd werden opgevoerd. Het is te vergelijken met het gooien van rijst bij een bruiloft. Dit omdat de Sint immer ook de "goet-hylik man" was.
Als lekkernij waren de pepernoten al in de tijd van Jan Steen bekend, hoewel ze toen uit brokken taai-taai bestonden. Zie plaatje. Vroeger werden ze met muntstukken gemengd, tegenwoordig worden er meestal kruidnoten (zie pepernoten 2) gebruikt om te strooien, vaak gemend met suikergoed.


Suikerbeestjes, Suikergoed en borstplaat:
Ook suikerbeestjes zijn overgebleven uit de vroeg christelijke of de germaanse tijd, toen er dieren werden geofferd. Naast de beestjes was er ook ander suikergoed (bv borstplaat), vaak in de vorm van een hart. Net als de speculaasvrijer een teken van een aanbidder.


Eetbare Letters:
Eetbare letters werden gebruikt op kloosterscholen in de Middeleeuwen om kinderen te leren schrijven. Zodra ze een letter goed konden schrijven, mochten ze als beloning de bijbehorende broodletter opeten. Deze traditie wordt gezien als voorloper van de chocoladeletter. Je mag de letter van je naam opeten omdat vaak de eerste letter die kinderen kennen de letter van hun naam is.
Een andere verklaring kan zijn dat in de 17de eeuw pastoors de Sinterklaascadeaus voor de arme kinderen bedekten met een laken. Hierbovenop legden ze een letter van brood, er wordt wel gezegd dat dat de eerste letter van dat kind zijn naam geweest zou zijn zodat het kind wist waar zijn cadeau lag van het kind, maar zoals J.W. Koning terecht zegt, in die tijd konden arme kinderen niet lezen, meestal zelfs de eerste letter van hun naam niet. Waarschijnlijker was het de letter van een heilige of gewoon de S van Sint. Dit gebruik is dan de voorloper geweest van de huidige banketletter (ook nu nog meestal een S.)
Chocolade letters werden pas ergens in de 19de eeuw geintroduceerd. Tot die tijd werden de letters gemaakt van brood of banket.
Sommige mensen leggen tegenwoordig een verband met de germaanse cultuur. Germaanse kinderen kregen een runeteken cadeau bij hun geboorte, een initiaal voor geluk. Weer wijst J.W. Koning op het onlogische van dat verband. Een soortgelijk gebruik bestond indertijd ook al binnen de christelijke kerk, denk bv aan christoffelpenning of medaillon aan een hangertje om de nek. En voor dat de christelijke kerk er was en ook voor dat de germaanse cultuur bestond, bestond dat gebruik ook al bij andere oude culturen. Bv bij de Egyptenaren was het een beeldje in de vorm van een beschermgod. Toch wordt nergens in die oude tijd die geluksbrengergedachte aan het geven van de broodletters genoemd. Een dergelijk wijd verspreid en goed bekend staand gebruik zullen de mensen in die tijd echt niet per ongeluk vergeten zijn te noemen. Het niet genoemd worden betekent dat het er niet bij hoorde.Laten we eerlijk wezen, er echt is wel een verschil tussen een gelukbrenger die bij je geboorte om je nek gehangen wordt en die je dan je hele leven meedraagt, en een identificatie middel (welk cadeau is voor wie) dat na een heel kort leven opgegeten wordt. (Opgegeten worden lijkt ons niet de ideale vorm van gelukbrengen, Grapje). Naar onze mening is er dus geen mythologisch verband met de runen, de germanen of Wodan.


Marsepein:
Marsepein is vernoemd naar een zekere Sint-Marcus die dol was op deze zoete lekkernij. Marsepein betekent namelijk Marci-pane oftewel brood van Marcus. Marsepeinen Nicolaas tractaties kwamen pas later in zwang, en waren lange tijd slechts voorbehouden aan de rijkeren. Het wordt gemaakt uit Amandelbrood met Indisch rietsuiker, in de Middeleeuwen als geneesmiddel gebruikt. Vaak waren het figuurtjes in de vorm van een big of varken. Het wilde zwijn was een Germaans symbool van de jacht en werd in oude tijden regelmatig geofferd. Nadat de kerk dierenoffers verbood, werd het zwijn vervangen door zijn achterneefje: het marsepeinen varken.
Recept voor Marsepein
Ingredienten:
- 300 gram poedersuiker
- 4 eetlepels bloem
- 100 gram boter
- 4 druppels amandelextract
- verschillende kleuren bakkleurstof
Bereidingswijze:
- Kneed alles goed door elkaar tot een bal.
- De marsepein kun je kleuren door er wat druppels bakkleurstof aan toe te voegen.
- Wanneer je geen kleurstof kan vinden of het niet mag eten dan kan je ook bietensap gebruiken voor rode marsepein, of reine-claudesiroop voor groene marsepein of wortelsap voor oranje marsepein.


Het zetten van de schoen op de ochtend van 6 december:
Wanneer dit voor het eerst gedaan werdt of genoemd werd is niet met zekerheid te achterhalen. In Spanje en Frankrijk was het in de 16e eeuw gebruikelijk om een goede vriend op 5 december een cadeautje te geven. Deze werd verstopt in het huis. Meestal in een schoen, zodat de gever dan zeker wist dat het cadeautje gevonden zou worden, als het al niet bij het zoeken gevonden werd, dan zeker wanneer de schoen werd aangetrokken. Dit gebruik werd Zapato (Spaans voor schoen) genoemd.
Deze schoenen werden niet bij een haard of schouw gezet, maar stonden op gebruikelijke plaasten in het huis, bij de een was dat bv in de gang naast de deur, bij een ander was dat naast het bed en zo waren er nog een paar 'standaard' plaatsen. (Lees ook 'Gaven en/of cadeaus door de schoorsteen'.)
In Nederland mochten in sommige parochies arme kinderen hun klomp of schoen in de kerk zetten, soms was dat 11 november (Sint Maarten), soms op 5 december (Sint Nicolaas), soms was dat met Kerstmis. De oudste Nederlandse vermelding is gevonden in de archieven van de Utrechtse Sint-Nicolaaskerk. Daar zetten al vanaf 1427 kinderen op Sinterklaasavond hun schoenen, die ze de volgende morgen gevuld met lekkers terugvonden. Dit is dus al een heel oud gebruik. Schoentje zetten in de kerk gebeurt ook nu nog wel, maar dan is het niet meer alleen voor de arme kinderen (Kijk voor een foto daarvan in de Grote Kerk in Edam-Volendam op: http://www.sinterklaasedam.nl/sinterklaas-schoenzetten.php )
De traditie dat ze bij de kachel/haard/schouw zouden staan is van veel latere tijd.
Het zetten van de schoen in aanloop naar pakjes avond (bv op de dag van de Intocht) is van nog later tijd en staat hier dus ook wat later (verderop) in de lijst.


Gaven en/of Cadeaus door Schoorsteen:
De schoorsteen (en de rook van vuur) was, volgens de Germanen tenminste, de verbinding tussen de mensen en de 'bovenwereld' waar geesten en goden wonen. In scandinavische landen gooit men een brief aan de Kerstman nog steeds vaak in het vuur, de rook zorgt er dan voor dat hij bij de kerstman komt.
Wodan was de baas over het vuur, dus die hoefde niet bang te zijn dat de gaven na het gooien door de schoorsteen in het vuur daaronder zouden verbranden.
Het gebruik dat Sint de cadeaus door de schoorsteen zou gooien lijkt dus wel van Wodan geleend, maar of dat ook op een mythologisch verband tussen Wodan en de Sint duidt?
J.W. Koning schrijft in zijn Sinterklaas en Kerstman archief: In heel oude verhalen staat vaak dat Sinterklaas de gaven door het dak bracht of wierp. De schoorsteen of het rookgat worden daar dus helemaal niet genoemd. De verklaring zou als volgd kunnen zijn: In een rietendak was onder langs de rand vaak gemakkelijk een opening te maken om iets naar binnen te gooien. En bij met pannen/leien gedekte daken had men vaak nog geen dakbeschot, dus dakpan oplichten en iets naar binnengooien was een klein kunstje. Bedenk wel: In de meeste dorpen en kleinere steden zou de deur van zo'n huis ook niet op slot geweest zijn, men vertrouwde zijn buren, dus door het dak was dan niet eens nodig geweest.
Daarnaast is het zetten van de schoen bij haard/schouw of kachel in die tijd ook erg onwaarschijnlijk omdat men vroeger heel goed wist dat leer door te snelle droging of te sterke verwarming uitdroogt en krimt. Leren schoenen/laarzen zouden dus gaan knellen. Schoenen/laarzen zullen dus eerder aan de andere kant van de kamer gestaan hebben. Bv bij de deur.
Droge kousen (korte sokken is van veel later) hield men in de winter 's nachts meestal aan (denk maar aan het feit dat zelfs tegenwoordig de kinderen nog wel eens {voor de grap) gedreigd worden met:"Pas maar op want anders moet je met blote voeten naar bed!"), dus het enige wat bij de schouw of kachel zou hangen zouden natte kousen zijn. En het zou niet handig zijn om snoepgoed in natte kousen te stoppen. Dus de schoorsteen was ook niet nodig om de gaven in de schoenen te kunnen gooien. Een noodzakelijk verband tussen Sint en Wodan is er dus niet. Wel kan men later gedacht hebben dat het toch wel een erg leuk verhaal is om de geschenken door de schoorsteen te laten komen. Vermoedelijk is het verhaal van dat gebruik dus later wel geleend van het Wodan verhaal, maar daarom heeft het dan nog niet de mythologische duiding dat de Sint de opvolger van Wodan was of is.
Het verband tussen al of niet aan de schoorsteen luisteren door Wodan's zwarte raven en/of zijn knecht Eckhard en door Zwarte Piet zullen we bij Zwarte Piet bespreken.


Surprises en het verstoppen van de Cadeaus:
Bij het zetten van de schoen schreven we al: Cadeaus als verrassing komen uit de 16e eeuw. In Spanje en Frankrijk was het gebruikelijk om een goede vriend op 5 december een cadeautje te geven. Deze werd verstopt in het huis. Meestal in een schoen, zodat de gever dan zeker wist dat het cadeautje gevonden zou worden, als het al niet bij het zoeken gevonden werd, dan zeker wanneer de schoen werd aangetrokken. Vaak hadden deze Cadeaus ook een verrassende inhoud.


Gedichten:
De gedichten komen uit de 17e eeuw. Toen was het heel gewoon om bij feestelijkheden een gedicht of rijm of een vers voor te dragen. Dit omdat een groot deel van de mensen niet konden lezen en schrijven. Dus waren er zeker ook gedichten of opzegverzen bij een feest als de Nicolaas viering. Kon men zelf lezen en schrijven dan maakte men ze zelf, anders liet men ze schrijven door iemand die schrijven kon.
En net zo als bij het plagen met een vrijer kon je mensen ook plagen via een gedichtje,of je kon via een gedichtje aangeven wat er (vermoedelijk) in het cadeau zat.
En zo zijn langzamerhand de Sinterklaas gedichten ontstaan.
Een trucje om een Sinterklaas gedicht te kunnen maken, begin met de eerste regel van een Sinterklaasliedje en ga vanaf daar al rijmend naar een verhaal over de ontvanger, of over de inhoud van het cadeau, of over de zoektocht naar het cadeau.


Spanje: ( als thuisland voor de Sint voor het eerst rond 1810 genoemd)
Waarom komt Sinterklaas uit Spanje?
Daar worden verschillende verklaringen voor gegeven.
- Omdat een rijk en exotisch land was, met exotische vruchten.
- Omdat voor de 80-jarige oorlog Spanje in Nederland de baas was.
- Of omdat hij in Bari (toenmalige Spaanse kroonkolonie) begraven ligt.
Volgens ons is het deze laatste optie.
De meest waarschijnlijke verklaring daarvoor vonden we in het Sinterklaas en Kerstman archief van J.W. Koning. Daar stond de volgende belangrijke vermelding, waar de meeste andere ‘Sinterklaas biografen’ aan voorbij gaan. Naast het gegeven dat door de reformatie de Sinterklaas verering en dus het Sinterklaasfeest van de straat naar binnenkamer verhuisde, was er nog iets anders belangrijks gebeurd. Sint Nicolaas was opeens niet meer een heilige die af en toe vanuit de hemel neerdaalde om wonderen te doen en gaven te geven. Dat kon niet meer door de reformatie. Maar hij werd dus een meer aardsgebonden gever, die dus toch nog ergens vandaan moest komen.
J.W. Koning stelt: Zowel voor geschiedenis als voor fictie is de meest simpele verklaring vaak de juiste, want alles berust op aan kinderen vertelde overlevering en dan werd meestal de simpelste verklaring gegeven. Ook nu hoor je vaak kinderen vragen, "Moeder waar woont Sinterklaas, waar kan ik hem bezoeken?". Nu een heilige die dood is woont eigenlijk nergens, maar bezoeken kan je hem wel, aan zijn graf wel te verstaan. Dus op de vraag waar kan ik Sinterklaas vinden of bezoeken, volgde het antwoord "In Bari", kind: "Waar ligt dat?", antwoord: "In Spanje". En dat werd weer, door de kinderen, opgevat en doorverteld aan hun kinderen en kleinkinderen als: Sinterklaas woont in Spanje. Let wel! Dat deel van het huidige Italië waar Bari in ligt, was toen een spaans kroondomein.
En, zo stelt J.W. Koning, eigenlijk kan je het stukje "In Bari", "Waar ligt dat?" ook nog weg laten, net zo min als de meeste ouders van nu weten dat Sint Nicolaas Bisschop van Myra was en dat hij in Bari begraven ligt, zullen de ouders van vroeger dat geweten hebben. Houdt rekening met het gegeven dat de ouders van toen minder goed onderwijs genoten hadden en zeker minder van aardrijkskunde wisten als de ouders van nu. Vermoedelijk zal de vraag dus in het begin wel door een schoolmeester of pastoor beantwoord zijn, en kwamen de kinderen thuis met het nieuws "Sinterklaas woont in Spanje". En de ouders, de buren, de ooms en tantes en kennissen dachten, "Ha, fijn nu hebben wij ook een antwoord".
De veronderstelling dat als woonplaats voor Madrid gekozen is, omdat je Myra en Bari samengenomen tot Madrid kunt verbasteren, wijst J.W. Koning ook van de hand. Juist omdat de meeste gewone mensen dus niets van Myra of Bari wisten. Het zal Madrid geworden zijn omdat dat vermoedelijk de enige belangrijke stad in Spanje was die ze kenden. En als de schoolmeester of priester bij zijn antwoord dat de Sint in Spanje woonde, ook nog Madrid genoemd heeft als woonplaats, dan ook vanuit de gedachte, dat is vermoedelijk de enige plaats in Spanje waar zij (de kinderen en hun ouders) wel eens van gehoord kunnen hebben en die daarom wel in hun beleveniswereldtje past.


Verlanglijstjes:
Het oudste verlanglijstje dat nog bestaat is er eentje van 3 december 1793. Een Amsterdams meisje schreef aan Sint Nicolaas dat zij graag een witte strik wilde, omdat haar zondagse strik al zo vies was. Ook vroeg zij om een stuk kant en 'wat lekkers'. In ruil daarvoor beloofde zij Sint beter naar haar vader en moeder en naar de pastoor te luisteren. 'Ik sal ook smorgens wat vroeger opstaan'. Het briefje was ondertekend met 'Hend; Mar; Ten Oever' (Hendrika Maria Ten Oever). Of ze alles gekregen heeft en of het haar gelukt is om haar beloftes te houden, weten we niet.



Stoomboot: (voor het eerst ca 1844):
Sint-Nicolaas redde in nood verkerende zeelieden en is naast beschermheer van scholieren, huwbare jeugd, kooplieden en reizigers ook patroon van de zeelieden. Dus het idee: Hij kan hier ook wel per boot heen reizen, was eigenlijk helemaal niet raar, te meer omdat dat naast het paard ook nog bagage (de cadeaus en extra kostuums) meegenomen moest worden. Overigens was het ook toen niet ongebruikelijk dat de Sint sommige cadeaus gewoon bij de winkels in Nederland kocht. Dus hij hoefde ook niet echt een scheepslading aan pakkage mee te nemen.
Waarom de stoomboot en geen grote zeilboot? Net als bij de keuze voor de schimmel werd ook hier voor iets bijzonders gekozen. En wat kon er meer bijzonder zijn als de toen pas in gebruik genomen Stoomboten? De meeste mensen hadden zo'n boot beslist nog nooit gezien. Dat was dus een spannend en opwindend verhaal dat Sint met een stoomboot zou komen. En het extra voordeel was dat ook bij wind tegen, de Sint gewoon op tijd kon komen. Die spanning van komt hij wel en komt hij wel op tijd enz., zit nu nog steeds in de intochten van tegenwoordig.


Het grote boek: (voor het eerst rond 1844)
Voor 1850 was het boek dat Sinterklaas op Iconen en afbeeldingen in zijn hand heeft gewoon de bijbel, rond 1850 werd dat opeens het Grote Boek waar Sint alles in opschreef. Alles wat Sint hoort (van de pieten, van ouders, van leerkrachten enz) komt in het grote boek, net zo als notities over de Intochten, huisbezoeken enz. Sinterklaas heeft natuurlijk meerdere Grote Boeken want anders past alles er niet in. Zo komen er elk jaar nieuwe Grote Boeken, bv voor hele grote plaatsen zoals Amsterdam, maar ook voor hele provincies zoals bv Drenthe en Groningen enz.


Pieterman Knecht: Zwarte Piet (deze naam voor het eerst ca 1891)
Sinterklaas had vroeger slechts 1 helper. Tijdens zijn leven had Nicolaas dus Nicodemus als helper, In latere verhalen en verschijningen, was hij meestal alleen en had heel zelden wel een helper bij zich. Beschreven is dat hij in 1828 bij een bezoek aan een amsterdams gezin vergezeld werd door een knecht met zwart kroeshaar en een negriode gezicht. In 1844 kreeg hij in Jan Schenkman zijn boek een een blanke helper als Knecht (Jan de knecht), in wat later de 1e druk heette (uitgave 1850) had hij een donkere (Arabische/Oosterse of Indische?) knecht als helper. In latere drukken van dat boek werd het een zwarte (moorse?) helper die eerst Pieterman knecht heette en nog later Zwarte Piet. Deze benaming kwam voor het eerst voor in 1891. Dus het hebben van een knecht is al ouder, maar het hebben van een knecht met de naam Zwarte Piet is dus pas vanaf ca 1891. Over zijn afkomst doen verschillende verhalen de ronde. En zo zijn er ook verschillende ideeën onstaan waarom hij zwart zou zijn.
Hieronder zetten we dit op een rijtje en behandelen we ze met objectieve logica.
- Achter Wodan vloog altijd twee zwarte raven. Is Zwarte Piet daaruit ontstaan?
- Of is hij Eckhart, de knecht van Wodan, zwart van het roet door luisteren en kijken bij het rookgat?
- Sommige deskundigen zeggen dat Zwarte Piet van oorsprong een zwarte duivel was. Sint - Nicolaas was het goede. Daarbij hoorde het tegenovergestelde : de slechte duivel. Zo zou Zwarte Piet zijn ontstaan.
- Of is Zwarte Piet een moorse bediende uit Noord – Afrika. Zou Zwarte Piet daar vandaan komen?

J.W. Koning stelt: Als Zwarte Piet de knecht Eckhart was, dan zou hij in de verhalen er van het begin af al bij zijn geweest. Het waren immers de noormannen die de verhalen over Nicolaas naar de rest van Europa brachten. Dus die hadden beslist niets van Wodan uit het verhaal weg gelaten. Hetzelfde geldt als Zwarte Piet 1 van de raven was geweest. En dan zou er ook vermoedelijk sprake van 2 Pieten zijn geweest. Dus daar is geen enkel aantoonbaar mythologisch verband. Wel is het mogelijk dat Zwarte Piet enkele handigheden (bv luisteren aan schoorstenen) van Eckhart heeft afgekeken. Anderzijds wisten de schoorsteenvegers uit die tijd ook dat je bij een schoorsteen veel kon horen.

Dan de verklaring die sommige deskundigen geven, namelijk dat Zwarte Piet een verbastering is van een baardige duivel. (Dit is overigens ook de visie van Karl Meisen). In de middeleeuwen speelde de duivel een grote rol in het geloof van de mensen. Een heilige die toevallig ook Nicolaas heette, stond in de 6e eeuw bekend als iemand die de duivel kon temmen. Sint - Nicolaas was het goede. Hij gaf geschenken en beloonde iedereen die lief was. Daarbij hoorde het tegenovergestelde: een sinistere Figuur: Zoals de Knecht Ruprecht in Duitsland, een baardige blanke man die inderdaad vegen schoorsteenroet op zijn gezicht heeft net zoals Sint NIcolaas zijn eerste helper Nicodemus. Totdat Zwarte Piet op het toneel kwam leken alle helpers van Sinterklaas erg op Nicodemus en/of Ruprecht. Of de slechte duivel: Zals de griezelige sint-begeleiders in het buitenland. Bijvoorbeeld Krampus in het Alpengebied, een duivel getooid met de huid van een zwart schaap, en Pere Fouettard in Frankrijk, letterlijk: Vader Zweep, van wie werd verteld dat hij drie kinderen had doodgeslagen. Zo zou Zwarte Piet zijn ontstaan volgens die experts. Hij was ondeugend als de duivel, droeg een roe en de zak met stoute kinderen. Maar hij deed wel alles wat Sinterklaas hem vroeg. Dit lijkt op het eerste gezicht dus een mogelijk verband te zijn.
Maar zegt J.W. Koning, Bedenk dat deze verhalen over Ruprecht, Krampus and Pere Fouettard al bestaan sinds de 6e eeuw komt en dat de Sintverering en legenden ook pas echt rond de 6e eeuw begonnen. Als dat verband er dus was tussen Zwarte Piet en deze figuren, dan zou Sinterklaas reeds van het begin af aan in de verhalen dit soort knecht/duivel bij zich gehad hebben in de verhalen en legenden. Wat niet het geval is, uitgezonderd een af en toe Ruprecht-achtige figuur. Maar het is waarschijnlijker dat zowel Ruprecht als Piet gebaseerd zijn op Nicodemus, dan dat Piee gebaseerd is op Ruprecht, dus is er logischerwijze ook geen verband met Krampus of Pere Fouettard. Dus heeft Zwarte Piet een andere oorsprong als Krampus an Pere Fouettard en dus ook een andere verschijningsvorm, hoewel hij later wel iets van hun verschijningsvorm en gewoontes kreeg. Het mag ook duidelijk zijn, dat figuren uit legenden die onstaan zijn in de 6e t/m 9e eeuw geen verband hebben met de slavenhouderij uit de 19e eeuw.
Weer een andere verklaring is dat hij zwart is omdat hij veel in schoorstenen werkt, maar daarvan zegt J.W. Koning: Als kind vond ik al dat dat niet klopte, want Piet was al donker als hij net met de stoomboot uit Spanje gekomen was en nog bij geen schoorsteen in de buurt was geweest. Ook waren zijn kleren altijd wel schoon en mijn testen bewezen dat ik eerder mijn kleren zwart kreeg als mijn gezicht. Ook is niet aan te nemen dat hij zich al die tijd in Spanje nooit gewassen heeft. En we weten van de mijnwerkers dat hun huid ook na herhaaldelijk wassen nog wel zwarte porieën liet zien maar zeker geen helemaal zwarte/donkere huid. En ook krijg je van door de schoorstenen klimmen geen kroeshaar en dikke lippen. Piet kan dus best Zwarte Piet geweest zijn door het zwart van roet of kachelsmeer, maar dan is dat dus niet per ongeluk gekomen maar dan heeft hij dat opzettelijk gedaan. Enige logische reden is camouflage, niet opvallen in het donker en bij intochten niet herkend worden als 'die of die' HulpPiet. Dat men in die tijd vervolgens ging denken: donker, dus uit Afrika, dus negroïde en dus dikke lippen en kroeshaar lag eigenlijk wel voor de hand. maar het is dus geen wetmatigheid, Piet kan ook Antilliaan zijn of Moluks (Beide waren er later ook veel), Pakistani, Arabier of Chinees. J.W Koning zegt: "En dan die laatsten in een aangepast Pietenkostuum met in plaats van de baret een hoofddeksel uit hun eigen oude cultuur. Lijkt me schitterend".
Bij het verhaal dat Sint op een slavenmarkt in Myra een Ethiopisch jongentje Piter kocht en hem van slavernij bevrijdde, waarna deze Piter vrijwillig in de dienst van de Sint trad, rammelt dit laatste deel. Weliswaar is het waarschijnlijker (juist gezien de slavernij en wanneer die daar was) dat dit feit toe te wijzen is aan Nicolaas van Pinara, maar dan zou het evengoed nog deel hebben kunnen uitmaken van de Sinterklaas legenden. Nicolaas van Pinara was immers een van de Nicolazen die model stonden voor Sinterklaas.
Maar ook daar geldt dat in de verhalen de Sint die knecht dan al vanaf die vrijkoop bij zich gehad zou hebben. Dus al in de verhalen vanaf de 7e eeuw. En ook dat is niet het geval.
Het waarschijnlijkste is (En zo staat het ook in het Sinterklaas en Kerstman archief van J.W. Koning), dat hij gewoon donker gekleurd is voor camouflage (minder herkenbaar als 'Ome Henk', de buurman of de slager op de hoek). Net zoals de eerste knecht Nicodemus zijn gezicht donker maakte en net zoals dat de schoolkinderen zich bij het Onozele Kinderen feest verkleed en vermomd hebben.
Wat dan overblijft is niet de reden waarom hij zwart of donker is (camouflage), maar de verklaring die je eraan geeft, Dus Piet is niet zwart omdat hij van oorsprong een negerslaaf was (Wat hij dus ook niet was), maar hij is bv een moorse knecht geworden omdat hij daarmee een excuus had om donker geschminkt te zijn. En dat donker maken was in het begin van de 20e eeuw, net als vroeger bij Nikodemus, om ‘savonds en 'snachts minder zichtbaar te zijn. Zwarte Piet trad immers overdag zelden voor het voetlicht.
Zoals J.W. Koning in zijn archief reeds stelde: Het gegeven dat een donkere Spaanse knecht in moorse kleding, dus gewoon een moorse knecht is, is het meest waarschijnlijke verhaal. Dat die knecht daarom dus ook werkelijk een knecht was en geen slaaf is daardoor ook het meest waarschijnlijke.
Natuurlijk is het, stelt hij, allemaal een kwestie van interpretatie, maar waarom zou je naar gekunstelde negatieve interpretaties willen zoeken als er simpelere en logischere onschuldige interpretaties zijn. Het gaat immers om een feest voor kinderen en meer nog, het gaat om een volksfeest voor alle kinderen, van welk ras of kleur dan ook.

Hoewel Piet dus al hier en daar een negroïde uiterlijk had, trad hij meestal nog op met een donker gecamoufleerd gezicht (donkere vegen). De grote verandering kwam in 1945 door toedoen van de Amerikaanse bevrijders. (Lees op de pagin met de geschiedenis ook de annekdote met het ooggetuigen verslag door J.W. Koning van een intocht in Groningen begin 50-tiger jaren. Die beschrijft precies de overgang tussen oude en nieuwe stijl). Zwarte Piet werd vanaf 1945 tot ca 1985 jaren lang als neger geschminkt, ook veranderde hij toen van een alleskunner in een wat domme man. Bedenk hierbij dat de vertolkers niet expres slecht Nederlands spraken om Piet dom neer te zetten, maar gewoon omdat ze het zelf niet beter konden. Ook was dit beslist niet als negatieve waardering voor 'negers' bedoeld, want er waren in 1945 juist veel 'negersoldaten' die met het grootste pezier als Hulppiet optraden. De meeste mensen (ook donkere mensen) stoorde dat slechte spreken ook in die tijd niet, maar helaas werd het dus jaren later voor sommigen wel een issue. Maar gelukkig slechts voor een kleine minderheid. De meerderheid (ook onder donkergekleurde mensen) ziet het donker geschminkt zijn als een onschuldig onderdeel van het Sinterklaasfeest. Sterker nog in de Amerikaanse film "Santa and Pete" zijn de afstammelingen van deze Pete geweldig trots op hun voorvader. In de film stellen zij dat Pete de vriend en gelijkwaardige helper van Sint Nicolaas was. Ook stellen zij dat er zonder Pete in Amerika geen Sint Nicolaas gewwest zou zijn en dat daarom het (Santa/Nicholas)feest zonder Pete geen echt (Santa/Nicholas)feest is. Hieruit blijkt wel dat het tijdelijke negroïde uiterlijk van Zwarte Piet niets met negatieve discriminatie van doen heeft.
In de 80-tiger jaren kwam Zwarte Piet plotseling, juist door dat als neger schminken, onder vuur te liggen. Dat hij als zwarte slechts de functie van dom knechtje toebedeeld zou krijgen, herinnerde volgens sommigen aan de slavernij, wat grievend zou zijn voor het toenemend aantal gekleurde Nederlanders. Een bepaalde strofe in het lied Daar wordt aan de deur geklopt werd hier zelfs specifiek voor aangehaald: 'Ook al ben ik zwart als roet, toch ben ik goed'. Sommige mensen zien daarin de bevestinging van discriminatie, Ik ben wel een neger maar toch (desondanks) ben ik goed.
Een simpele uitleg (en daarom juist de vermoedelijk precies de goede) is dat kinderen (ook afrikaanse kinderen) automatisch bang zijn voor gezichten met een donkere en/of strenge uitstraling (dus ook voor een Zwarte Pieten gezicht, zeker als daar nog de spanning van het hele feest bij komt). U weet allemaal ook wel dat mensen banger voor een zwarte hond zijn als voor een witte, Donker (bv de donkerte van de nacht) wordt gauwer als bedreigend ervaren als lichter, daarom blijven mensen 'savonds en snachts liever binnen in de veiligheid van hun huis en laten ze zich door een zomerzon snel naar buiten lokken. De tekst van dit liedje wil niets anders als simpel die instinctieve angst voor het donekere wegnemen. En daar verandert ook niets aan door het gegeven dat in een oude versie van dit lied de regel luidt : "Ook al ben ik zwart van't roet, ik meen het toch goed") J.W. Koning heeft niet kunnen achterhalen welke van deze twee regels nu de oudste (en dus hoogstwaarschijnlijk de originele) is. Wel heeft deze 2e vorm zijn voorkeur.
Gelukkig begonnen vele deskundigen er weer op te wijzen dat Zwarte Piet geen negerslaaf maar juist een vrije Moor was. De laatste tijd wordt Zwarte Piet/Pietermanknecht/Pieterbaas nu overal steeds meer in een lichtere bruine kleur geschminkt, wat ook nog eens vriendelijker staat. En zo krijgt hij langzamerhand zijn status van slimme en handige assistent van Sinterklaas weer terug. In zijn pagekleren beeldt hij dan een leuke vriendelijke knaap uit, die beslist niet misstaat in de exotische culturen in het huidige Nederland. Waardoor ook niemand meer aanstoot aan zijn uiterlijk hoeft te nemen.
Maar, soms is er toch nog weer discussie. Eind jaren '90 mocht Zwarte Piet opeens niet meer een Antilliaans uiterlijk hebben en niet meer met een Antilliaans accent praten, dat was discriminatie door blanken zeiden sommigen. Feit is echter dat de meeste van die Pieten Antilliaans Hulppieten waren die vrijwillig en met groot plezier hun Pietentaak op zich namen. Dus geen blanken die Antillianen belachelijk maakten, maar Antillianen die hun bijdrage (en culturele inbreng !! ) aan ons aller volksfeest wilden leveren. Kort geleden (2011) werd de intocht van Sinterklaas in New Westminster, een voorstad van Vancouver in Canada, afgeblazen vanwege het vermeende slavenkarakter van Zwarte Piet. Nadat verhitte discussies ontstonden over het vermeend racistische karakter van de knechten van Sint werden de festiviteiten geannuleerd. Het bewijst alleen maar hoe grote (zgn volwassen) mensen kortzichtig en klein in hun denken kunnen zijn, en hoe een onschuldig kinderfeest misbruikt kan worden voor politieke propaganda. Want diezelfde mensen nemen bijvoorbeeld totaal geen aanstoot aan het feit dat hun Kerstman (Santa Claus) alleen maar 'little people' als helpers heeft. Die ook wel eens als kinderlijk onnozel neergezet worden. Hoe discriminerend is dat voor mensen met dwerggroei of een andere groeistoornis? Geen lichaamslengte dus ook geen verstand? En dat terwijl dus kleur, pruik, oorringen en dikke lippen alleen dienen om Piet herkenbaar te maken als een Piet en onherkenbaar te maken als de prive-persoon die hij is als hij niet bij Sint in dienst is. Een Piet met oorringen een een Elf met puntoren, wat is daar het verschil? Dikke lippen (worden eigenlijk nooit meer geschminkt) of puntoren, wat is daar het verschil?
En dan deze: "Sinterklaas mag op een paard rijden en Piet moet lopen, als dat geen slavensymbool is, nou dan weet ik het niet meer". Onzin natuurlijk, stelt J.W. Koning. Er zijn legio voorbeelden dit dit niets met slavencultuur van doen heeft. Traditioneel: In het begin reed de enkele Piet die mee kwam, meestal ook op een paard (geen schimmel). Als daar een relatie naar slavencultuur was geweest dan had die Piet (in de tijd direct na de slaventijd dus) beslist niet op een paard gereden. Vergelijking met hedendaagse gebruiken: Koningin rijdt in de Gouden Koets, de palfreniers lopen er naast. De Amerikaanse president rijdt in een auto en hoogopgeleide zeer intelligente FBI agenten lopen naast de auto. Heeft allemaal niets te maken met slavencultuur maar met functionaliteit. Zo ook bij Sint: De oude Sinterklaas loopt niet zo snel meer en moet dus wel op een paard anders houdt hij de intocht niet bij. De Pieten willen juist niet op een paard, want dan kunnen zijn niet bij de kinderen komen om te praten, handjes te geven of snoep uit te delen. En als ze wel allemaal op paard zouden zijn dan zouden die vele paarden ook nog een logistiek probleem geven. Waarbij overigens ook opgemerkt dient te worden dat de zgn 'slavencultuur' al veel ouder is als het korte stukje van Amerikaans negerslaven. Als we telkens een stapje verder terug gaan in de tijd: De Romeinen hadden slaven (zowel blanke -zelfs romeinse!- als afrikaanse), de noormannen (europa) hadden al slaven (meest blanke europese slaven), de Joden hadden slaven (zelfs joodse slaven!), en daarvoor hadden de Egyptenaren al slaven. Dus om bij een zwarte personage meteen aan een slaaf te denken omdat hij zwart is, en hem daarom verbieden, dat zou juridisch gezien juist discriminatie zijn. En dat is niet het enige foute en discriminerende argument dat de tegenstanders van Zwarte Piet vaak uiten.
Overigens zijn er onder de verdedigers van de Sinterklaas traditie ook velen die niet weten waarover ze praten en dan met foute argumenten komen. Wij zien het niet als onze taak om al die argumenten hier te behandelen of te weerleggen. Wij stellen enkel vast, dat feitelijk en juridisch gezien het Sinterklaasfeest zelf niet discrimineert. Maar een foute aanvoeling van het Sinterklaasfeest kan ook als kwetsend ervaren worden. En ja er zijn ook (blanke) hufters in Nederland die foute en discriminerende opmerkingen maken. Maar allemaal (de voorstanders / de tegenstanders/ de hufters) vergeten ze het belangrijkste: "Sinterklaas was en is er nooit op uit om te discrimineren en/of om mensen te kwetsen en hij wil dus ook niet dat zijn feest iemand kwetst".
Moet Zwarte Piet dus persé zwart blijven? Nee, elke vorm van camouflage (kleur of masker of ??) is goed, alhoewel de nachtpieten vermoedelijk toch een voorkeur zullen tonen voor een donkere kleur.
Mag de kleding bv Haar en oorringen ook anders? Jazeker, dat hebben we immers ook al een aantal keren gezien (bv Dreadlocks, strikjes en zonder oorringen)
Moet Zwarte Piet dus persé "Zwarte Piet" blijven? Nee hoor, Pieterman knecht werkt net zo goed, kijk maar eens in België. En Sint zegt ook nu al heel vaak 'Piet' of mijn 'Pieten' zonder het 'Zwarte' er voor. Dus aanspreken met 'Piet' (of met de Piet zijn naam bv Diego, Testpiet enz) en benoemen (er over praten) als 'Pieten' of 'Pieterman knecht' of Pieterman knechten" is volgens J.W. Koning de beste oplossing.
J.W. Koning stelt wel: Opgedrongen en plotselinge veranderingen zullen nooit werken en kunnen kinderen geestelijke schade toe brengen. Dus ook een vondst als "Er is een witte Piet geboren" helpt niet (en zeker niet direct) want er zijn er al meerdere Films met een witte Piet geweest en bijna niemand weet het. Maar geleidelijke stapjes die ook van te voren aangekondigd worden, en die aansluiten bij de persoonlijke inleving van kinderen, worden wel probleemloos aanvaard. En zo kan dan het verhaal van jaar naar jaar iets verder aangepast worden. De eerste stap is dus uitleggen dat Sinterklaas in Spanje maar een handjevol Pieten heeft en dat er in elk Land waar hij komt HulpPieten voor hem zijn, en dat die HulpPieten de rest van het jaar gewone mensen zijn. Wie ze zijn? Dat is nou het geheim van de Pieten (of het Pietengeheim) en dat blijft het geheim van de Pieten omdat ze vermomd/gecamoufleerd worden. En een film daar over (dat camoufleren), of nog beter een verhaal hierover bij de nationale intocht zou dus een belangrijke eerste stap kunnen zijn.

De kleding van Piet:
De kleding van Piet is een soort pagepakje uit de 16e-17e eeuw. Aan koninklijke hoven hadden de dienaren meestal zulke kledij aan. Waarschijnlijk heeft daarom volgens de traditie de hulp van Sinterklaas een soortgelijk kostuum. Dit is dus niet het uniform van de Spaanse soldaten uit de 80-jarige oorlog, al lijkt het daar wel op, maar dat doen alle kostuums uit die tijd.
Het kostuum van Piet bestaat uit:
- Baret, ook wel muts genoemd. Aan de zijkant van de baret zitten meestal een of meerdere gekleurde veren, vrijwel altijd met een baretspeld vastgezet. Ze lopen van voren schuin (over de baret) naar achteren. Vroeger zaten deze veren midden op de baret (of midden voorop de baret) een stonden als een pluim omhoog, zoals je dat in oud-Perzie ook zag bij tulbanden.
- Jas, deze is vaak van fluweel, afgezet met goudgalon. Vaak heeft het stuk mouw van schouder tot elleboog een pof model (bol staand model) of andere vormen van versiering er op. Belangrijkere Pieten zoals bv de Hoofdpiet hebben achter aan schouders van deze jas ook nog een cape.
- Kraag, Op de jas komt een witte kraag. Deze kan in de geplooide uitvoering zijn zoals men hem in de spaanse tijd droeg, maar hij kan ook glad zijn als de kragen uit de gouden eeuw. Zowel de geplooide kraag als de gladde kraag kunnen uit 1 laag bestaan, maar ze kunnen ook uit meerdere lagen over elkaar bestaan. De kragen zijn meestal van katoen, afgezet met kant, in een iets luxueuzere uitvoering zijn ze helemaal van kant.
- Manchetten of mouwtjes, dit zijn witte afzetstukken van de mouwen voor de luxueuze uitstraling. Vaak van katoen, afgezet met kant. Ook deze kunnen zowel geplooid als glad zijn, en ze kunnen ook enkellaags of meerlaags zijn.
- Broek. Tegenwoordig is dit meestal weer een tot over de knie reikende pofbroek zoals Piet die in het begin ook droeg (Zie plaatje met Piet bij de schoorsteen) maar dan in een iets sierlijker model, en anders is het vaak een tot over de knie reikende wijde broek. Ze zijn meestal gemaakt van fluweel en eventueel afgezet met goudgalon.Van 1900 tot ca 1990 werd meestal een kortere pofbroek gedragen die boven de knieën ophield. (Zie plaatje hiernaast) Omdat die toch teveel op de broek van de spaanse soldaten leek, zijn de pieten daar weer van af gestapt. De kleuren van de broek zijn in het algemeen in overeenstemming met de kleuren van de jas.
- Maillot, Deze zijn meestaal zwart, of in een kleur die bij het kostuum van de Piet past.
  Uitzondering hierop vormen de witte maillots (staatsiekousen) zoals belangrijkere Pieten die bij de Intocht of huisbezoeken dragen
- Schoenen. Veel Pieten dragen tijdens hun werk werkschoenen, wandelschoenen, sportschoenen of gympen, Dat hangt af van waaruit hun werk bestaat. Moeten ze veel sjouwen met zware pakken dan dragen ze werkschoenen, veel lopen dan wandelschoenen, veel klimmen dan sportschoenen of gympen en in de stal natuurlijk laarzen. Thuis in het pietenhuis dragen ze gemakkelijk zittende schoenen of sloffen/pantoffels.
  De oudere en wat hogergeplaatste Pieten dragen buitenshuis voornamelijk zwarte leren schoenen en dan meestal met een gesp er op (net als de witte Maillot is dat staatsie kleding).
- Handschoenen. Piet draagt (lange, zwarte) handschoenen, omdat het in Nederland vaak kouder is dan in Spanje. De zelden uitzonderingen hierop zijn witte handschoenen gedragen door Pieten die in Sinterklaas zijn archief werken, zoals bv de Biblothecaris-Piet. En natuurlijk de Dokter/Verpleger-Piet.


Roe:
Berkentakken met bamboe of een lint eromheen, symbool van vruchtbaarheid en daarnaast handig om de schoorsteen schoon te maken (wat gezien Piets uiterlijk misschien niet de beste methode is) Ook wel beschreven als strafwerktuig, maar dat is niet hoe Zwarte Piet dat ziet.


Zak:
De grote zakken worden gebruikt om Cadeautjes in mee te nemen, de kleinere zakken zijn voor strooigoed. En dat verhaal over stoute jongens die voor straf in de zak worden meegenomen naar Spanje? Dat is dus niet waar. Dat misverstand is ontstaan, omdat er een keer een stoute jongen was, die van huis was weggelopen en die mee wilde naar Spanje. Hij had zich stiekem in een zak tussen de andere (lege) zakken verstopt, en zo werd hij ongemerkt aan boord gehezen. Toen men hem op zee ontdekte (hij had om geen last van honger te krijgen al die tijd de wortels van de schimmel opgegeten), heeft hij natuurlijk straf gehad en is op een passerende boot gezet zodat hij weer naar huis gebracht kon worden. Om stoer te doen vertelde hij zijn vrindjes natuurlijk dat de Pieten hem hadden meegenomen. En zo onstaan sprookjes die niet waar zijn.


Banketletter:
Een banketletter, is een O-, S-, M- of (op de kop) een W-vormige staaf van bladerdeeg, gevuld met amandelspijs. Bij sommige supermarkten spreekt men ook van amandelletter of, als hij recht is, amandelstaaf. Soms wordt in plaats van de dure amandelspijs een vulling gebruikt op basis van peulvruchten (witte bonen), die banketbakkersspijs wordt genoemd. Men spreekt van een boterletter als het bladerdeeg gemaakt is van uitsluitend roomboter.
Banketletters worden in Nederland doorgaans rond Sinterklaas en Kerstmis gegeten.

Benodigdheden:
- 400 gr amandelspijs
- 2 eieren
- 1-2 eetlepels geraspte citroen of sinaasappelschil
- 1-2 eetlepel slagroom
- 7-8 plakjes ontdooid diepvriesbladerdeeg
Bereidingswijze:
- Verwarm de oven voor op 200 graden. Kneed het amandelspijs met 1 ei, citroenrasp en de slagroom tot een soepel mengsel. Vorm hiervan een lange rol van ongeveer 60 cm.
- Leg de plakjes deeg achter elkaar, zodat de randen elkaar 1 cm overlappen. Druk de deegranden goed op elkaar en rol de randen glad met een deegroller. Er ontstaat ongeveer een lange deeglap van 62 x 10 cm.
- Leg de rol amandelspijs in het midden van de deeglap en vouw het deeg rond de amandelspijs. Druk de deegranden goed op elkaar en gebruik eventueel een beetje water.
- Leg de rol deeg met de naad naar onderen op de bakplaat en vorm de rol tot een letter of staaf.
- Klop 1 ei los met 1 theelepel water en bestrijk de banketletter/-staaf hiermee.
- Bak het banket in ongeveer 35 minuten lichtbruin en gaar in het midden van de oven.



Pakjesavond:
Vroeger begon de nieuwe dag niet om 12 uur 's nachts, maar om 6 uur 's avonds. Net als kerstavond de avond voor Kerst is. Dus als het dan op 5 december na 6 uur 's avonds was, was eigenlijk al 6 december. Daarom valt Sinterklaasavond niet op 6 december, maar op de avond van 5 december. Volwassenen en oudere kinderen vierden 'savonds samen het Sinterklaasfeest met warme chocolademelk of warme wijn (bisschopswijn) en een banketletter. Soms gaven ze elkaar grappige cadeautjes zonder te verklappen wie de gever is. Of broer/zus gaf een Vrijer aan een andere broer/zus om die te plagen met het feit dat hij/zij een oogje op een jongen/meisje had. De kleine kinderen waren dan al naar bed, die vonden de volgende morgen op 6 december wat in hun schoen. Hetzelfde zie je nu nog ook bij de kerstman.
Het fenomeen 'pakjesavond' kwam pas na de Tweede Wereldoorlog echt tot bloei. De toenemende welvaart zorgde hiervoor, zodat er een bijzondere geefcultuur ontstond. Ook bedrijven gaven nu cadeautjes aan de kinderen van werknemers. Doordat het feest nu massaal gevierd werd, en kinderen vaak de ochtend van de 6e december niet naar school wilden (slecht geslapen van de spanning of omdat het nieuwe speelgoed zo lokte) is het geven van de cadeautjes voor de kleinste kinderen ook verplaatst naar de avond van de 5e December. Nu kon het 'pakjes feest' met de hele familie samen gevierd worden.
Ook dit verschijnsel zie je nu bij het kerstfeest, als er geen kleine kinderen meer bij zijn, geeft men de cadeautjes vaak al op kerstavond.
Daarnaast heeft Kerstmis (omdat het altijd een vrije dag is) nog een derde, erg leuke variant, het hele gezin vindt hun pakjes pas 'smorgens onder de kerstboom.
Ook gaat het op pakjesavond niet alleen meer om nuttige cadeaus, maar de volwassenen en grote kinderen maken surprises om de spanning te verhogen en doen daar vaak gedichten bij. In die gedichten mag je elkaar op een vriendelijke manier de waarheid vertellen. Sinterklaas is tenslotte een eerlijke, rechtvaardige man. Hij kijkt naar ieders goede en slechte eigenschappen.


Het zetten van de schoen in aanloop naar pakjesavond:
Wat overblijft is zijn de vragen: Hoe vaak moet/mag je de kinderen hun schoen laten zetten? En wat moet er in die schoen?
Nu om te beginnen vinden wij dat de kinderen de de eerste maal de schoen mogen zetten op de zaterdagavond van de Landelijke Intocht, dan wordt immers op TV gezegd dat de kinderen hun schoen mogen zetten. Dus dat kan toch wel als regel gelden.
En daarna is het een beetje hoe je als ouder daar mee om wilt gaan. Sommigen zeggen dan alleen nog de laatste zaterdagavond voor Sinterklaas, anderen zeggen vanaf de intocht elke Zaterdagavond tot Sinterklaas, weer anderen zeggen elke woensdag en zaterdagavond en weer anderen elke dag. En soms worden ze dan ook nog bij opa en oma een keer gezet.
Deze verschillen willen wel eens tot conflicten leiden, bijvoorbeeld bij gescheiden ouders die er verschillend mee om gaan, wanneer en hoe vaak bij de een en wanneer en hoe vaak bij de ander, of bij beste vriendjes/vriendinnetjes waar ze er thuis verschillend mee omgaan.
Daarom gaan we hier een paar tips (en trucs) geven die dit soort conflicten zouden kunnen voorkomen. Het is niet verplicht ze op te volgen, het is aan U om te bepalen of U ze nuttig vindt en gebruiken wilt of niet.

Je kunt dus het schoenzetten beginnen op de avond van de intocht, naar onze mening is wat snoep in de schoen dan voldoende, de Sint heeft het immers druk genoeg gehad door die Landelijke Intocht, en andere kleinere intochten later op de dag in andere plaatsen. Er is echt nog geen tijd geweest om cadeautjes in te pakken enz.
En dan direct de eerste Truc: Als U er die eerste keer een briefje bij doet met bv een schoenzetkalender (voorbeeld komt op de tekeningen-pagina) wanneer en bij wie ze hun schoen mogen zetten, dan weet het kind direct waar het aan toe is. En heeft het niet de teleurstelling van af en toe een lege schoen te vinden en dan het idee te krijgen dat Sint hem misschien vergeten is. Vindt een kind het leuk om tussen de keren op die kalender door toch nog een schoen te zetten, dan hoeft dat niet perse te zijn om iets te krijgen te zijn, het kan ook zijn om Sint, Piet en Paard iets te geven. Dan hoeft er 'smorgens ook geen zakje snoep of cadeautje in de schoen te zitten, een bedankbriefje met 2-3 pepernoten is minstens net zo spannend (=Truc 2).
Daarmee past u het aantal keren zetten van de schoen aan bij wat het kind aan spanning aan kan, en houdt U toch het aantal keren geven op het niveau dat U wilt.

Hoe vaak zetten:
Zelf zijn we voorstander voor het niet vaker als 1 keer per week thuis schoen zetten 'om iets te krijgen', helemaal bij de allerkleinste kinderen, die dat schoenen zetten misschien nog niet eens begrijpen. Uitzonderingen daarop zouden bv extra keer op school, bij opa en oma, bij de andere ouder, bij plaatselijke supermarkt kunnen zijn. Als dat allemaal speelt, en ook nog in verschillende weken valt, kan je daardoor ook zomaar al op 2 maal week komen. U ziet die norm van thuis maximaal 1 maal per week is zo weinig nog niet. Natuurlijk kan men ook zeggen: Die week (dat weekend) dat ze bij bv opa en oma de schoen zetten dan hoeft dat thuis niet. Naar onze mening hangt dat af van wat het kind aan spanning aan kan. Iets minder vaak dan het kind aan kan is niet erg, maakt het des te leuker als het wat krijgt. Vaker dan dat het kind het aan kan, neemt voor het kind veel van het plezier weg. (overdaad schaadt).

Moet/mag er bij het schoenzetten alleen snoep in de schoen of mag er ook wel een cadeautje in en hoe vaak.
Het mag! In de oude verhalen kregen de kinderen immers ook hun cadeautjes (op sinterklaas morgen) in hun schoen.
Toch zouden we het geven van cadeautjes in de schoen niet te vaak willen doen, Bij opa en oma een cadeau? Dan de keer daarop thuis weer snoep. Immers voor elk cadeautje dat ze (of andere kinderen) in hun schoen krijgen, krijgt het betreffende kind op pakjesavond een cadeau minder (=pedagogische tip, lost meteen het vraagstuk op: Waarom heeft die wel een cadeautje in de schoen en ik niet?). Bedenk daarbij dat u met dat snoep ook nog wel een grapje (=truc 3) kunt uithalen (bv letterstrooien met pepernoten) waardoor het niet meer 'maar simpel snoep' is. Of U maakt sporen in de gang of de tuin waaraan de kinderen kunnen zien dat Sint en Piet geweest zijn (Bv afdrukken van een hoefijzer, hoopje paardemest enz). Dan heeft uw kind iets bijzonders om op school te vertellen. Geloof ons maar, zo'n grapje samen met een beetje snoep weegt echt wel op tegen een klein cadeautje zonder grapjes.
En dan de een na laatste tip: Schoen cadeautje hoeven helemaal niet duur te zijn, Een kleurboekje, een paar plakstickers enz zijn soms al voldoende. Het verdient zelfs de voorkeur dat het kleine cadeaus zijn, iets wat wij op scholen en kinderdagverblijven ook steeds van de pedagogische vakkrachten horen.
Na de eennalaatste tip komt natuurlijk de laatste tip: Doe in het begin bij een van de keren snoep ook de kleurplaat van een verlanglijstje (Voorbeelden op de Pagina met tekeningen). Na het kleuren en invullen kan dat lijstje dan een aantal dagen later ook weer in schoen gedaan worden zodat de Sint hem vinden kan.
Dat maakt het allemaal nog echter voor het kind, en het kan via het kleuren van dat verlanglijstje zijn ongeduldig wachten op pakjesavond of de volgende keer schoen zetten een beetje beter in bedwang houden.


Chocoladeletters:
Lang voor de chocoladeletters bestonden in Nederland al koekletters en natuurlijk banketletters. Koekletters kwamen al voor op eetstillevens uit de zestiende en zeventiende eeuw. De traditie van eetbare letters zou volgens Frits Booy in 'Sint Nicolaas van A tot Z' teruggrijpen op het gebruik op middeleeuwse kloosterscholen leerlingen te leren schrijven met behulp van losse letters van brooddeeg, die als beloning mochten worden opgegeten. Dit is de meest waarschijnlijke verklaring. Een andere verklaring die Booy aanvoert is de gewoonte uit de negentiende eeuw om sinterklaasgeschenken met een laken te bedekken met daarop de beginletter van het kind, gemaakt van brooddeeg.
Zoals reeds eerder gezegd, is het onwaarschijnlijk dat het daar om de letter van de naam van het kind ging, omdat dit gebruik vaak in de kerken voorkwam en de meeste arme kinderen niet lezen konden. Natuurlijk waren er uitzonderingen, in een gedicht uit 1857 van J.J. Goeverneur krijgt kleine Jan 'zijn naam J.A.N. heel in banket'. Ook is er voor hem een 'cigaar van chocola'. Duidelijk een kind van rijkere ouders dus. Wel hetzelfde idee als bij de Kloosterschool dus, maar ook daar dus nog niet sprake van chocoladeletters.
Dan even wat info over de chocolade letters zelf (bron: http://www.chocoladeletter.net/)
De fabrieksmatige productie van chocoladeletters begon rond het einde van de 19e eeuw.
In de in 1899 verschenen 'Woordenschat' met door Taco H. de Beer en Dr. E. Laurillard verzamelde verklaringen van woorden en uitdrukkingen staat onder het lemma chocolade-letters: 'groote, lange, zwarte letters, waarmeede de naam van een artist of leverancier op aanplakbiljet, affiche enz. staat uitgedruct'. Blijkbaar was de chocoladeletter rond de eeuwwisseling al zo’n vertrouwde verschijning dat het een typografisch begrip was geworden. Verkade maakte tijdens de Tweede Wereldoorlog bij gebrek aan chocola letters van taaitaai. Vroeger werden letters gegoten in metalen vormen Een van de belangrijkste leveranciers van de ijzeren gietvormen was de Vormenfabriek in Tilburg. Tegenwoordig zijn de vormen van kunststof. Bakkers maken vaak nog mooi gedecoreerde letters de decoratie is dan meestal handwerk.
Binnen een gewichtsklasse zijn alle letters even zwaar, al willen sommige ontvangers daar maar moeilijk aan. De M is de meest verkochte chocoladeletter, want het is de M van Moeder en Mama. Vermoedelijk is er ook hebzucht in het spel want hoewel alle letters echt even zwaar zijn, lijkt de M toch groter.
In Belgie wordt wel het Sinterklaasfeest gevierd, maar is het geen gebruik om chocoladeletters te geven. Chocoladeletters worden volgens Gerard Unger ook in Duitsland en Oostenrijk gemaakt. "Deze gespoten letters worden daar rond oudjaar, Silvesterabend, verkocht."


Pepernoten 2, de kruidnoot:
pepernoten - kruidnoten Wat nu doorgaat voor pepernoot is eigenlijk een kruidnoot, op basis van speculaas, een achttiende eeuws product. De fraaie vorm is het gevolg van machinale verwerking. De grootste pepernotenfabriek ter wereld staat in Harderwijk



Chocolademunten:
Chocolade munten Eén van de bekendste legenden over Sinterklaas vertelt dat hij 'snachts stiekem beurzen met goudstukken naar binnen gooide. Dit om te voorkomen dat een vader zijn dochters de prostitutie instuurde om aan geld te komen voor een goede bruidsschat. Daarom vind je nu ook steeds chocolademunten in goud- of zilverfolie tussen het strooigoed.


Etalages:
Sinterklaas etalage 1
Sinterklaas etalage 2
Sinterklaas etalage 3
In de etalages vind je gelukkig weer wat meer Sinterklaasversieringen. Al worden er tegen die tijd ook al kerstslingers, kerstballen en sterretjes verkocht. Sommige mensen zijn bang dat Sinterklaas door de Kerstman wordt verdrongen. Zij hebben speciale sinterklaasverenigingen opgericht. Ook is er de Landelijke intocht op TV. Mede daardoor zal de oude Sinterklaas traditie niet snel meer verdwijnen. De Nederlanders houden van Sinterklaas. Al eeuwenlang. In Nederland is Sinterklaas nog altijd springlevend en zal dat voorlopig ook wel blijven. Groot en klein kent liedjes als "Sinterklaas Kapoentje", "Daar wordt aan de deur geklopt" en "Zie ginds kom de stoomboot". Iedereen zingt ze mee.

Men moet Sint en Kerstman ook niet tegenover elkaar zetten als waren ze concurrenten, Kleine kinderen kunnen niet begrijpen waarom de ene wel zou bestaan en dat de andere dat dan niet zou kunnen. En kleine kinderen kunnen al helemaal niet begrijpen waarom twee van die vriendelijke en gulle mensen met elkaar ruzie zouden maken. Probeert U het geloof in de ene af te breken zult U merken dat U gelijktijdig ook het geloof in de ander afbreekt.
Een goede Sint zal de Kerstman altijd als een jongere neef en collega beschouwen en af en toe ook met hem samen werken. Door bijvoorbeeld een cadeautje van de Kerstman te bezorgen waarmee niet tot kerst gewacht kan worden. Denk bijvoorbeeld aan verhuizing of terminale ziekte.
Terwijl een goede Kerstman de Sint zijn oude oom en voorbeeld zal noemen en dus ook af en toe met hem zal samenwerken. Bijvoorbeeld door nog een cadeautje brengen dat Sint niet op tijd heeft kunnen bezorgen.
Kinderen begrijpen dit zonder problemen, ze zien dat als normaal gedrag voor beide vriendelijke mensen. Volgens sommige kinderen gaan Sint en Santa zelfs af en toe bij elkaar op vakantie. Nu als zij dat denken, dat is dat volgens ons ook zo.
Het bestaan van de een versterkt dan het bestaansrecht van de ander, en dat geldt dan ook omgekeerd. Dus als het bestaan de Sint het bestaan van de Kerstman bevestigd, dan bevestigd en versterkt diens bestaan juist weer het bestaan van de Sint. Alleen maar winst dus. Zolang men ze niet als Concurrenten neerzet! Natuurlijk mag men wel zeggen Sinterklaas komt eerst (heeft voorrang, is belangrijker), hij komt immers ook eerder (6 dec. tegenover 25 dec. )



Al met al nogal wat zware stof op deze pagina.
Meer iets voor oudere jeugd en volwassenen Maar dat is een boekingssite eigenlijk sowieso al.

Een site die heel leuk en speels over het ontstaan van Sinterklaas, Piet en de gebruiken vertelt is:
http://www.antoinetteberns.nl/sinteducatief/stnicolaas/index.htm
Echt iets voor jongere kinderen.

Zelf hebben wij kinderpagina's met 'Sinterklaas Liedjes en Tekeningen' en 'Theorie examen voor Hulppieten'
en natuurlijk ook een paar in het Kerstmanblokje.



Bronvermelding:
Karl Meisen: "Nikolauskult und Nikolausbrauch im Abendlande 1931" ,
Frits Booy: 'Sint Nicolaas van A tot Z' ,
http://www.chocoladeletter.net/ ,
Wikipedia ,
De Vrienden van Sint Nicolaas: http://www.vriendenvansintnicolaas.nl/ ,

en niet te vergeten het 'Sinterklaas en Kerstman Archief' van J.W. Koning
waar we ook nu weer veel bijzondere feitjes in vonden
en die ons regelmatig weer in de juiste richting stuurde waar andere bronnen wel eens dwaalden.

Als je info van ons 'leent' dan graag met bronvermelding! dus zowel ons als onze bronnen (als die van toepassing zijn op het geleende stuk).




Disclaimer:

Algemeen
De website Sint-en-Santa.eu is een particulier initiatief. Het doel van deze site is het bieden van informatie over de diverse aspecten die met Sinterklaas en de Kerstman te maken hebben.
Iedere gebruiker van de info op deze site stemt uitdrukkelijk in met de bepalingen van deze disclaimer.

Aansprakelijkheid
De informatie op deze site is met de grootst mogelijke zorgvuldigheid samengesteld. De website is uitsluitend bedoeld ter informatie van ge-interesseerde leken. Ondanks de in acht genomen zorgvuldigheid kan de informatie op deze site soms niet volledig, niet actueel of voor meerdere uitleg vatbaar zijn of zelfs onjuistheden bevatten. We zijn niet aansprakelijkheid voor de juistheid, volledigheid of effectiviteit van de aangeboden informatie en producten, noch voor eventuele directe en/of indirecte schade, uit welke hoofde dan ook ontstaan, geleden als gevolg van het gebruik van informatie op deze site. Het gebruik van de informatie geschiedt volledig voor risico van de gebruiker.

Aansprakelijkheid links
Op deze site zijn diverse links naar andere websites opgenomen ter informatie van de bezoekers. We hebben geen enkele zeggenschap over deze andere sites en aanvaarden dan ook geen enkele aansprakelijkheid voor eventuele schade, direct of indirect, die ontstaat door gebruik van de op deze sites aangeboden informatie, producten of diensten.



Naar het Begin van de pagina


Sint en Santa, Info- en Boeking Centrale Westerkwartier
 :